| Les 1 |
Dzień dobry (Goedemorgen) – Kennismaking
In deze eerste les van de internetcursus Pools wordt u geleerd hoe u een gesprek opent en afsluit, hoe iemand heet en hoe het met uw gesprekspartner gaat. |
| Les 2 |
| Kto to jest? (Wie is dat?)
Vraagwoorden: wie, wat, czy – Wie is dat? Wat is dat?
In deze tweede les wordt u wegwijs gemaakt met vragende zinnen.
Hoe vraagt u wie iemand is of wat iets is? |
| Les 3 |
| Rodzina Górskich (Familie Górskich)
Het grammaticale geslacht van zelfstandige- en bijvoeglijke naamwoorden en aanwijzende voornaamwoorden. |
| Les 4 |
Gdzie jest twoja … ? (Waar is jouw … ?)
Bezittelijke- en persoonlijke voornaamwoorden en het werkwoord ‘zijn’.
|
| Les 5 |
Ile masz lat? (Hoe oud ben je?)
Het werkwoord ‘hebben’ en de Poolse getallen.
In deze les leert u hoe u iemand feliciteert met zijn/haar verjaardag en hoe u kunt vragen naar zijn/haar leeftijd. |
| Les 6 |
Jaki, jaka, jakie (welke, wat voor) – Vraagwoorden.
Tijdens deze les worden de Poolse vraagwoorden voor ‘welke, wat voor’ behandeld. |
Les 7
|
| Jaka jest pogoda? (Wat voor weer is het?) – Het weer en de jaargetijden. Zoals uit de titel van les 7 al blijkt, wordt u in deze les geleerd hoe u kunt informeren naar het weer. |
| Les 8 |
Jaki dzisiaj jest dzień? (Wat voor dag is het vandaag?)
Dagen van de week en de toekomende tijd van het werkwoord ‘zijn’.
In deze les wordt u bekend gemaakt met de dagen van de week.
U leert vragen wanneer iets plaatsvindt. |
| Les 9 |
Jaki kolor ma … ? Jakiego koloru jest … ?
(Wat voor kleur heeft … ?)
In deze les zult u de Poolse namen voor enkele kleuren leren. Ook leert u hoe u kunt vragen wat voor kleur iets heeft. |
| Les 10 |
Zawody (Beroepen) – Kim: vraagt naar beroep of nationaliteit – 5e naamval: instrumentalis – Het voorzetsel: met – Het wederkerige werkwoord: zich interesseren.
In deze les komen een groot aantal verschillende beroepen aan bod. Ook zal de 5e naamval van het woord ‘kto’ behandeld worden. |
| Les 11 |
Szanowny Panie (Geachte heer) – Burgerlijke staat: getrouwd, verloofd, vrijgezel – Ik spreek Nederlands, Pools, Engels – De werkwoorden spreken, doen, wonen, werken en begrijpen.
In deze les wordt behandeld hoe u in het Pools kunt vragen naar iemands burgerlijke staat. Aangezien het hierbij om een beschrijving van een persoon gaat, wordt de vijfde naamval (de instrumentalis) gebruikt.
|
Les 12 |
Która jest godzina? (Hoe laat is het?) – Maanden van het jaar – Verleden tijd van het werkwoord ‘zijn’.
In deze les wordt u geleerd hoe u kunt vragen naar de tijd. U leert de namen van de maanden van het jaar, de Poolse benamingen voor bepaalde feestdagen en ook de verleden tijd van het werkwoord ‘zijn’, oftewel być. |
| Les 13 |
Gdzie jest … ? (Waar is … ?) – De weg vragen – De werkwoorden ‘gaan’ en ‘rijden’ – Goede reis: Szczęśliwej podróży.
Gdzie jest centrum? Oftewel: Waar is het centrum? Het woord gdzie betekent dus ‘waar’. Als u aan dit vraagwoord een ‘s’ plakt, betekent het woord ‘ergens’ (gdzieś). Dit is ook bij andere woorden van toepassing, zoals kiedy (wanneer) – kiedyś (ooit). |
| Les 14 |
Śniadanie (Ontbijt) – De werkwoorden ‘eten en ‘drinken’ – Ik heb honger, dorst, slaap – De vierde naamval: accusativus.
De vierde naamval (accusativus) wordt gebruikt voor het lijdend voorwerp. |
| Les 15 |
Co studiujesz? (Wat studeer je?) – Accusativus van de persoonlijke voornaamwoorden.
In deze les komen weer een paar wederkerige werkwoorden aan bod. Deze zijn opiekować się (zorgen voor) en zajmować się (zich bezighouden met).
Ook deze wederkerige werkwoorden regeren, net als het werkwoord interesować się (zich interesseren), de instrumentalis.
|
| Les 16 |
Powtórka (Herhaling).
In deze les worden een aantal onderwerpen uit de voorgaande lessen herhaald. Zo komt het aanwijzende voornaamwoord (Les 6: jaki, jaka, jakie) weer aan bod, evenals de uitgangen van de bijvoeglijke naamwoorden (Les 3: Rodzina Górskich). De uitgangen van de vijfde naamval bij zelfstandige naamwoorden als je vraagt naar iemands beroep of nationaliteit (Les 10: Zawody), de dubbele ontkenning (Les 2: Kto to jest?) en het werkwoord interesować się (Les 10: Zawody). Ook wordt er aandacht besteed aan de eigenschap van de vierde naamval (accusativus) bij mannelijke levende personen en vrouwelijke personen. |
| Les 17 |
| Ile kosztują jabłka ? (Hoeveel kosten de appels?) – Fruit – Geld – Het werkwoord ‘betalen’. Het vraagwoord ‘hoeveel’ is in het Pools ‘ile’. Het spreekt voor zich dat als u vraagt hoeveel één enkel object kost, de enkelvoudsvorm van het werkwoord volgt op ‘ile’. Bij meerdere objecten is het natuurlijk de meervoudsvorm die na ‘ile’ komt. |
| Les 18 |
Ciało (Het lichaam) – Ziek zijn.
In deze les leert u de namen van de verschillende lichaamsdelen. Als u wilt weten hoe het met iemand gaat, gebruikt u het zinnetje ‘Jak się czujesz?’. |
| Les 19 |
| Mieszkanie (De woning) – De woonkamer – Instrumentalis van de persoonlijke voornaamwoorden – Verkleinwoorden. |
| Les 20 |
Kuchnia (Keuken) – Verleden tijd van werkwoorden.
Na deze les kunt u de verschillende objecten die u normaal gesproken in een keuken aantreft benoemen. Ook worden in deze les de werkwoordsuitgangen in de verleden tijd behandeld. |
| Les 21 |
Sypialnia i łazienka (Slaapkamer en badkamer) – Kleding.
Tijdens deze les zullen een heleboel nieuwe woorden voorbij komen, die vooral te maken hebben met ubranie (kleding), sypialnia (slaapkamer) en łazienka (badkamer).
|
| Les 22 |
Przedstawiamy się (We stellen ons voor)
Het bijwoord.
In deze les leert u hoe u uzelf en iemand anders kunt voorstellen in het Pools. |
| Les 23 |
Uczymy się polskiego (Wij leren Pools) – De tweede naamval: genitivus – In een levensmiddelenwinkel.
In les 12 was het al genoemd: in deze les wordt de genitivus, oftewel de tweede naamval, behandeld.
De genitivus wordt gebruikt om een bezitsrelatie uit te drukken. Het Nederlandse woord ‘van’ wordt in het Pools niet vertaald, maar uit zich in de genitiefuitgang van een woord. |
| Les 24 |
Hotel (Hotel) – Genitivus: vervolg – Genitivus van de persoonlijke voornaamwoorden.
De tweede naamval, oftewel de genitivus, heeft een verrassing in petto wat betreft de ontkennende zinnen. Als in een zin namelijk een ontkenning wordt gedaan, dan staat het lijdend voorwerp niet in de accusativus (wat je misschien wel zou verwachten), maar in de genitivus. Het is dus: Mam czas – Nie mam czasu. Ook in zinnen die in de verleden tijd of in de toekomende tijd staan, verandert het lijdend voorwerp in een genitivus. |
| Les 25 |
Warszawa (Warschau)
De zesde naamval: locativus – Locativus van de persoonlijke voornaamwoorden.
De zesde naamval, oftewel de locativus, wordt altijd gebruikt na bepaalde voorzetsels. Meestal drukt het dan een plaatsbepaling uit in de zin van ergens zijn, zich bevinden. |
| Les 26 |
Kiosk – Poczta (Het postkantoor) – Meervoudsvormen.
In deze les komen de meervoudsvormen van zelfstandige naamwoorden aan bod van de tot nu toe behandelde naamvallen. |
| Les 27 |
Rozmowa telefoniczna (Een telefoongesprek) - Brief.
De behandelde stof van de afgelopen 27 lessen vormt een goede basis voor het spreken van het Pools. Op basis van de tot nu toe behandelde stof moet het dan ook mogelijk zijn om een (simpel) telefoongesprek te kunnen voeren en om een brief te kunnen schrijven. |